Veelgestelde Vragen (FAQ) – Swiss Point of Care Glucosemeter

Hieronder vindt u de meest gestelde vragen over de Swiss Point of Care Glucosemeter. In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u uw resultaten kunt interpreteren, wat bepaalde meldingen betekenen en hoe u kunt controleren of uw meter correct werkt.

Voor betrouwbare resultaten is het essentieel dat elke test correct wordt uitgevoerd. Door de voorgeschreven procedures strikt te volgen, verkleint u de kans op onnauwkeurige resultaten aanzienlijk en zorgt u ervoor dat uw metingen betekenisvol zijn.

Belangrijke punten voordat u begint

  • Gebruik altijd de juiste teststrips die bij deze meter zijn geleverd.
  • Controleer of uw meter is ingesteld op de juiste meeteenheid (mmol/L of mg/dL).
  • Bewaar strips in een droge, gesloten container en gebruik ze nooit na de vervaldatum.
  • Was en droog uw handen grondig voordat u gaat testen.
  • Gebruik altijd de tweede bloeddruppel voor de test.

👉 Controleer ook onze downloadables voor stapsgewijze instructies:

Inhoud

  1. Verschillende waarden – Begrijpen van uw resultaten
  2. Controleoplossingstest – Controle van meter-nauwkeurigheid
  3. HI / LO Meldingen
  4. Hypo / Hyper Waarschuwingen
  5. “Ketone?” Bericht
  6. Hoe kan ik de glucosemeter wijzigen van mmol/L naar mg/dL (of omgekeerd)?

 

1. Verschillende waarden – Begrijpen van uw resultaten

Het is normaal om verschillen te zien tussen uw zelftestresultaten en die van een laboratorium, of zelfs tussen twee zelftests.

Waarom kunnen resultaten variëren?

  • Type monster: De meter gebruikt capillair bloed (vingerprik), terwijl laboratoria vaak veneus bloed testen.
  • Technologie: De meter gebruikt elektrochemische analyse, terwijl laboratoria andere methoden kunnen gebruiken.
  • Tijdstip: Glucosewaarden veranderen gedurende de dag en worden sterk beïnvloed door voeding, beweging en vasten.

Belangrijk om te weten:

  • Glucosewaarden kunnen hoger of lager zijn afhankelijk van de tijd sinds uw laatste maaltijd.
  • Test altijd onder consistente omstandigheden om uw persoonlijke trends het beste te volgen.

👉 De meter is ontworpen voor het volgen van trends in de tijd, niet voor exacte één-op-één vergelijking met laboratoriumresultaten.


2. Controleoplossingstest – Controle van meter-nauwkeurigheid

De glucosemeter kan worden gecontroleerd met een controleoplossingstest. Dit bevestigt of uw meter en strips goed werken.

Wanneer een controletest uitvoeren:

  • Als de strips onjuist zijn bewaard of zijn blootgesteld aan vocht.
  • Als de meter is gevallen of beschadigd is.
  • Wanneer u vermoedt dat de meter of strips niet correct werken.

Hoe een controletest uit te voeren:

  1. Schud de fles met controleoplossing.
  2. Plaats een druppel op een schoon oppervlak.
  3. Plaats een teststrip in de meter.
  4. Raak met de striptip de controleoplossing aan.
  5. Vergelijk het resultaat met het controlegebied dat op uw teststripfles staat vermeld.

✅ Vergelijk de waarde met het controlegebied dat op uw teststripcontainer staat vermeld.

  • Als het resultaat binnen dit bereik valt → uw meter en strips zijn nauwkeurig.
  • Als het resultaat buiten het bereik valt, herhaal de test met een nieuwe strip. Blijft het probleem bestaan, neem contact met ons op.

👉 Twijfelt u aan uw meter? Vul ons contactformulier in – wij helpen u graag.


3. HI / LO Meldingen

Wat ziet u?

  • HI: De bloedglucose is hoger dan het meetbereik van de meter.
  • LO: De bloedglucose is lager dan het meetbereik van de meter.

Wat te doen:

  • Voer de test opnieuw uit met een nieuwe strip om het resultaat te bevestigen.
  • Als het bericht zich herhaalt, neem onmiddellijk contact op met uw zorgverlener.

4. Hypo / Hyper Waarschuwingen

De meter kan waarschuwingen weergeven als uw glucose erg laag (hypoglykemie) of erg hoog (hyperglykemie) is.

  • Hypo (lage glucose): Kan symptomen veroorzaken zoals zweten, trillen of duizeligheid.
  • Hyper (hoge glucose): Kan symptomen veroorzaken zoals dorst, vaak plassen of vermoeidheid.

Wat te doen:

  • Volg altijd het behandelplan van uw arts voor het beheer van lage of hoge glucosewaarden.
  • Als de symptomen ernstig zijn, zoek onmiddellijk medische hulp.

5. “Ketone?” Bericht

Als uw glucoseresultaat erg hoog is, kan de meter “Ketone?” weergeven als herinnering.

Wat betekent dit?
Hoge glucosewaarden kunnen gepaard gaan met een ophoping van ketonen, wat gevaarlijk kan zijn (risico op ketoacidose).

Wat te doen:

  • Controleer uw ketonwaarden met een geschikte ketonentestmethode.
  • Neem contact op met uw zorgverlener als u ketoacidose vermoedt.

6. Hoe kan ik de glucosemeter wijzigen van mmol/L naar mg/dL (of omgekeerd)?

Bij het instellen van de meter voor de eerste keer kunt u kiezen om resultaten weer te geven in mmol/L of mg/dL. Als dit niet correct is ingesteld, kunt u dit later aanpassen.

Hoe de meeteenheid te wijzigen:

Zorg ervoor dat de meter is uitgeschakeld, of in Memory of Average modus staat.

Houd de ►-knop 2 seconden ingedrukt om naar de instelmodus te gaan.

Bij eerste gebruik start de meter automatisch in de instelmodus.

Gebruik de ◄-knop om de gewenste eenheid te selecteren (mg/dL of mmol/L).

Druk op de ►-knop om uw keuze op te slaan.

Bevestig de selectie:

De gekozen eenheid knippert vier keer.

Het display toont “No”. Druk op ◄ om dit te wijzigen in “YES”.

Druk op ► om te bevestigen en op te slaan.

⚠️ Belangrijke opmerkingen:

De meeteenheid moet worden ingesteld voordat u kunt beginnen met testen.

Raadpleeg altijd uw zorgverlener als u niet zeker weet welke eenheid u moet gebruiken.

Als u de eenheid wijzigt nadat u al glucosemetingen hebt opgeslagen, worden alle eerder opgeslagen resultaten automatisch omgerekend naar de nieuwe eenheid.

👉 Twijfelt u aan uw meter? Vul ons contactformulier in – wij helpen u graag

Share the Post: